Veelgestelde vragen

Inhoudsopgave

Andere bevindingen na de behandeling

Na de behandeling aan tongriem of lipband kun je dingen merken die kortere of langere tijd aanhouden zoals zwelling van de lip, kwijlen, kokhalzen of andere ongemakken en bijzonderheden.

* Granulatieweefsel: Dit is een klein bobbeltje van extra littekenweefsel dat op het wondje kan ontstaan. Vermoed je dat je dit ziet, stuur dan rustig een foto. Het is niet ernstig en meestal wordt het kleiner. Als het belemmeringen geeft met drinken, kan het nog worden weggehaald.

* Kwijlen: Omdat je kind opnieuw moet leren slikken na de tongriembehandeling, kan er nog een tijdje sprake zijn van kwijlen. Als je kind ook (nog) een slappe lipsluiting en openmondpositie heeft, kunnen ook die bijdragen aan het kwijlen.

* Teruggroei: Na de behandeling zal de wond snel genezen. Het doel van de nazorgoefeningen, waarbij het wondje wordt gemasseerd en opgerekt, is dat de wond niet te snel en weer te strak dichttrekt. Als er te veel teruggroei ontstaat, kan de tong- of lipmobiliteit weer beperkt worden. Het advies is om op het nazorgspreekuur terug te komen om dit even te laten controleren; voor een afspraak bel je met de Tongriem Kliniek.

* Spierpijn en ongemak: Na de behandeling horen we regelmatig terug dat de oudere kinderen en volwassenen (spier)pijn voelen in de kaken, tong en keel. Baby’s geven dit vaak aan door huilen of slecht willen drinken. Zie de FAQ over pijnbestrijding.

* Spugen: Omdat de baby mogelijk direct al effectiever drinkt, kan het zijn dat het kind grotere hoeveelheden melk drinkt. De maag is aan die nieuwe hoeveelheden nog niet meteen gewend en dat kan ertoe leiden dat het teveel weer wordt uitgespuugd.  Het is heel goed mogelijk dat de baby de eerste tijd tijdens het drinken nog lucht mee naar binnen slikt. Vlak na de behandeling kan er ook ingeslikt bloed bij zitten (wat in de luier zwart/donkergroen weer tevoorschijn komt).

* Stinkende adem/mond: Wij horen soms terug van ouders dat de baby een stinkende adem heeft. Dit kan enkele dagen tot een week aanhouden; dit kan verder geen kwaad.

* Gezwollen bovenlip: De bovenlip kan na lipbandbehandeling tot 5 dagen wat gezwollen blijven.

* Trillende kaken: Bij sommige baby’s is er sprake van trillende kaken als gevolg van compensatiegedrag dat de baby heeft ontwikkeld vanwege de te strakke tong- of lipriem. Omdat de tong na de behandeling nog getraind moet raken, kan het zijn dat het compenseren met de kaakspieren nog doorgaat. Kijk maar eens naar de ontspanningsvideo. Compensatiegedrag kan om uiteenlopende redenen langer aanhouden. (We komen hierop in andere onderwerpen nog terug.) Soms is het in zo’n geval nodig om een andere zorgverlener te consulteren die de hiervoor benodigde begeleiding kan geven. Zie de FAQ over compensatiegedrag en video’s met voorlichting hierover.

* Naar binnen krullende lip: De baby is niet gewend de lip naar buiten te krullen. Je kunt je baby hierbij kort na de ingreep een beetje helpen. Kijk maar eens naar de ontspanningsvideo.

* Aanwezige zuigblaren: Met een te strakke tong- of lipriem ontstaan er vaak zuigblaren. Deze kunnen nog enige tijd aanwezig blijven, zeker op de bovenlip.

* Huilen bij het geven van nazorg: Wat wij terughoren van ouders en merken op het nazorgspreekuur, is dat baby’s vaak huilen wanneer ouders met hen de nazorgoefeningen doen, maar stoppen zodra de oefeningen worden beëindigd of de ouders hen afleiden of voeden of verschonen. Het is moeilijk om met je baby ‘aan het werk’ te zijn, als je merkt dat je kind er overstuur van raakt. Het is ook zeker niet de bedoeling dat je baby lange tijd van slag blijft. Tegelijkertijd kan de nazorg helpen om te voorkomen dat de tongmobiliteit weer beperkt raakt, waarna je misschien de hele procedure nogmaals moet doorlopen met je kind. Het is dan ook een kwestie van voorzichtig balanceren en samen zoeken naar een evenwicht. Zie de FAQ, pijnbestrijding. Observeer je baby of kind goed; de nazorg moet niet ten koste gaan van alles. Het is slechts een advies dat is bedoeld om alles in één keer zo goed mogelijk te laten verlopen. Wanneer je de nazorg doet als je baby niet te hongerig is, is de kans op het overstuur raken vaak kleiner. Als je twijfelt over het huilgedrag, stuur dan gerust een vraag aan de lactatiekundige via whatsapp.

* Wit beslag op tong: Wanneer de tongriem strak is, heeft de baby in de baarmoeder al niet kunnen oefenen met het heffen van de tong. Dat leidt ertoe dat het gehemelte zich niet zo mooi laag en breed ontwikkelt als nodig is voor een goede mondmotoriek. Zo kan een tong die op de mondbodem vastzit, niet goed contact maken met het gehemelte; daardoor blijven er op de tong voedselresten achter. Na de ingreep moet je baby leren de tong goed te gebruiken. Naarmate de tongspieren meer getraind raken, zal de techniek verbeteren. De tong zal daardoor de kaken verder uit elkaar ‘duwen’, waardoor het gehemelte in de loop van de maanden verder omlaag kan komen. Wanneer dit proces goed verloopt, zal ook de tong beter schoon worden en verdwijnt het witte beslag.

* Keuze flessenspeen: Zodra de tong meer mobiel is, is de baby in principe in staat om de speen dieper in de mond te nemen. We merken dat flessenspenen met een brede basis dit belemmeren; de baby kan dan immers niet verder aanzuigen dan tot aan de brede basis. Daardoor blijft er geregeld sprake van een tamelijk ‘zuinige hap’ aan de speen, terwijl je je baby graag wilt aanmoedigen om de mond wijd open te doen en diep aan te happen. Dat is de reden dat een smalle basis vaak meer mondvulling geeft.

* Baby van slag: Het komt soms voor dat een baby langer dan een paar dagen huilgedrag en slechter drinken laat zien. Dit is meestal het geval bij de oudere baby die langer heeft moeten compenseren met een strakke tongriem. In de periode voorafgaand aan de behandeling waren deze baby’s meestal al huilerig en dronken ze matig. Vaak is er in zo’n geval niet alleen behandeling van de tongriem of lipband nodig, maar ook behandeling van compensatiegedrag. Zie FAQ compensatiegedrag. Vaak geven ouders in deze situatie na de ingreep wat langer pijnstilling. Iets anders om rekening mee te houden is een gewone virusinfectie die toevallig tegelijkertijd opspeelt. Wanneer ouders zich zorgen maken over koortsverschijnselen, kunnen ze naar de huisarts gaan; zie ook de FAQ over koorts.

* Kokhalzen: De eerste tijd na een tongriembehandeling kan er, met name tijdens het doen van de oefeningen, nog sprake zijn van kokhalzen. Dit komt omdat je baby echt nog moet leren om de tong goed te gebruiken en nog moet wennen aan de toegenomen tongmobiliteit.
* Tong inslikken: Het losmaken van de tongriem betekent niet dat de hele tong los in de mond komt te liggen. Soms zijn ouders bang dat hun baby de eigen tong na de tongriembehandeling inslikt. Dit is beslist niet mogelijk; je hoeft je daarover geen zorgen te maken.
* Apneu: Soms nemen ouders waar dat hun baby af en toe een ademstilstand (apneu) laat zien, zowel voor als na de ingreep. Dit kan te maken hebben met het hoge gehemelte, waardoor de bovenste luchtwegen minder ruimte hebben. Dit verschijnsel is dus niet gerelateerd aan de tongriembehandeling. Sterker nog… de hoop is dat door het mobiel worden van de tong het gehemelte meer afvlakt. Daardoor krijgen die bovenste luchtwegen meer ruimte en ontstaat er bij lichte zwelling van de neusslijmvliezen (zoals bij een verkoudheid of wat snotterigheid) ook minder snel een verstopte neus die de ademhaling bemoeilijkt. Hier kun je een onderzoek vinden over de relatie tussen strakke tongriem en apneu.

 

 

Vragen over koorts

Er is geen koorts te verwachten naar aanleiding van de behandeling. Ook wondinfectie of ontsteking zijn niet waarschijnlijk.
Onder koorts verstaan we een lichaamstemperatuur boven de 38 graden Celsius (www.thuisarts.nl). Bij baby’s onder de 3 maanden is het een goed idee om in geval van koorts met uw huisarts te overleggen. Het zou kunnen dat uw baby een virus of andere infectie onder de leden heeft.
Bij ongemak na de behandeling kunt u paracetamol geven volgens de bijsluiter.

Moet er wond “nazorg” worden gedaan bij jonge kinderen?

Er is nog niet veel in de wetenschap bekend omtrent nazorg en oefeningen. Internationaal is in het algemeen het advies dit wel te doen gedurende 4 weken om mogelijke teruggroei tegen te gaan. De tong en lip in rust worden niet actief gebruikt, waardoor snel de originele anatomische positie wordt ingenomen. Om eventuele herbehandeling te voorkomen is ons advies voor wondnazorg bij jonge kinderen als volgt:

https://www.youtube.com/watch?v=47uZTg04PRU&t=73s

De wondnazorg bestaat uit 4 maal daags ( ongeveer om de 6 uur) gedurende 3 – 4 weken. In de 4e week de nazorg afbouwen. De nazorg bestaat uit horizontale en verticale bewegingen. 

Horizontaal 

Vijf á zes keer wondjes wrijven bovenlip en/of onder de tong (indien behandeld) 

Verticaal 

Twee á drie keer tong optillen richting het gehemelte vanaf de mondbodem met vingers in “V-vorm”. 

Twee á drie keer tong omhoog duwen als een deegroller terwijl de vingers een “J-vorm.”

Drie keer lip stretchen “duck face” (indien behandeld) 

Moeten er “oefeningen” worden gedaan bij oudere kinderen en volwassenen?

Na jarenlange gewenning van een bepaalde tongpositie is het raadzaam oefeningen te doen ter stimulatie. Dit is een lijst van mogelijke oefeningen:

  • Uitsteken van de tong en daarbij omhoog en laag bewegen
  • Uitsteken van de tong en daarbij van links naar rechts bewegen
  • Aan een ijsje of ander voorwerp likken of zuigen, waarbij de tong met name gestimuleerd wordt actief te zijn.
  • Tong van links naar rechts, 10 x
  • Aanzuigen tegen gehemelte, 10 tellen vasthouden
  • Klakken, zo vaak als maar mogelijk.
  • Tong uitsteken, 10 x
  • Tongpunt van bovenlip naar onderlip, 10 x

Wat houdt de begeleiding en nazorgspreekuur in van de lactatiekundige?

Er is een lactatiekundige IBCLC aanwezig ten tijde van de behandeling. Na de behandeling kijkt de lactatiekundige mee met het voeden. Ze kan helpen bij een flesje maken of het aanleggen aan de borst. Het draait om het op weg helpen van moeder en kind. Het is geen lactatiekundig consult. Tijdens het nazorgspreekuur is er meer tijd om op inhoudelijke vragen in te gaan. Het nazorgspreekuur is vooral bedoeld om de wondgenezing te checken en te kijken hoe de klachten verlopen en waarbij de tongriem kliniek nog kan helpen.

Moeten er “oefeningen” worden gedaan bij baby’s?

De baby moet nog leren om de tong optimaal te gaan gebruiken. Het is daarom raadzaam oefeningen te doen ter stimulatie.

De Tongriem Kliniek heeft de volgende filmpjes met mogelijke oefeningen:

https://www.youtube.com/watch?v=fbGJvCR9nYM&t=12s

https://www.youtube.com/watch?v=yGv0wvltrT8&t=8s

of van het trainen van een goede tongpositie:

https://www.youtube.com/watch?v=oLKknLjUtxI

Verwacht niet direct dat de baby het door heeft wat hij kan met zijn tong, soms neemt het enige weken voor er resultaat is. Zorg voor korte nagels en schone vingers, eventueel een medische handschoen of vingercondoompje (deze zijn niet noodzakelijk). Een koude vinger is aangenamer voor je kindje. Ook verdovende gel (voor doorkomende tanden) kan gebruikt worden om het prettiger te maken voor de baby:

https://www.youtube.com/watch?v=pKua1ww-uYo

Het filmpje https://vimeo.com/55658345 duurt 3 minuten en kan ook als voorbeeld dienen bij jonge baby’s. Voor oudere baby’s is er ook het volgende filmpje beschikbaar: https://www.youtube.com/watch?v=q9Io3Ush-S4.
Maak er een leuk spelletje van, zing of babbel gezellig met de baby. Verwacht niet direct dat de baby het door heeft wat hij kan met zijn tong, soms neemt het enige weken voor er resultaat is.

Volgorde oefeningen filmpje in het kort:

1: Massage gehemelte (rubbing palate)
2: Vinger zuigen, beetje er aan trekken zodat hij nog steviger probeert vast te houden (“tug of war” spelletje)
3: Midden tong wrijven, vinger naar buiten om het “cuppen” te stimuleren, het vast houden van de tepel in de mond.
4: Kaken masseren, alsof de tanden worden gepoetst met de top van de vinger, om de bewegingen naar opzij te stimuleren, want de tong wil de vinger goed leren volgen naar de zíjkanten.
5. Kin, neuspunt, bovenlip aanraken om het wijd open doen van de mond te stimuleren.
6: Stretchen/ optillen lip en tong en het wrijven van de wondjes, op het filmpje zie je hoe ze van haar vinger een “deegrollertje” (rolling pin) maakt.

Hulp bij andere manier van drinken, eten of praten. Hierbij kan de lactatiekundige het beste helpen bij de borstvoeding, daarnaast de pre-logopedist en voor de oudere kinderen de logopedist die oromyofunctionele therapie (OMFT) doet.

Moet er wond “nazorg” worden gedaan?

Er is nog niet veel in de wetenschap bekend omtrent nazorg en oefeningen. Internationaal is in het algemeen het advies dit wel te doen gedurende 4 weken om mogelijke teruggroei tegen te gaan. De tong en lip in rust worden niet actief gebruikt, waardoor snel de originele anatomische positie wordt ingenomen. Om eventuele herbehandeling te voorkomen is ons advies voor wondnazorg als volgt:

https://www.youtube.com/watch?v=6RU7ywaPMgs&t=65s

De wondnazorg bestaat uit 4 maal daags ( ongeveer om de 6 uur) gedurende 3 – 4 weken. In de 4e week de nazorg afbouwen. De nazorg bestaat uit horizontale en verticale bewegingen. 

Horizontaal 

Vijf á zes keer wondjes wrijven bovenlip en/of onder de tong (indien behandeld) 

Verticaal 

Twee á drie keer tong optillen richting het gehemelte vanaf de mondbodem met vingers in “V-vorm”. 

Twee á drie keer tong omhoog duwen als een deegroller terwijl de vingers een “J-vorm.”

Drie keer lip stretchen “duck face” (indien behandeld) 

Wat te doen als het wondje thuis nabloedt

In zeer zeldzame gevallen is er een stollingsstoornis of anatomische variatie die direct tijdens de behandeling op gemerkt wordt en behandeld. 

Men gaat na de behandeling niet eerder naar huis voordat het wondje gecontroleerd is. Bij een baby is het in principe niet te verwachten dat het wondje nog gaat na bloeden. Bij volwassenen en oudere kinderen kan dit een enkele keer zijn na de uitwerking van de verdoving (waarin ook de vaatvernauwende ingrediënten werkzaam zijn).

Het kan wel zijn dat er wat littekenweefsel loskomt. Littekenweefsel is goed doorbloed en kan wat bloeden. Het geeft niet als dit loskomt. Je wil namelijk ook weer niet te veel littekenvorming, dit zou de tongmobiliteit weer kunnen beperken.

Een eventueel stolsel of bloed zachtjes eerst verwijderen met een gaasje voordat er je iets op doet van onderstaande. Een baby wat recht op houden en dat hij of zij het niet te warm heeft.

Droog gaas erop drukken 3 minuten zonder los te laten. Als de wond niet droog is nog eens 5 minuten.
Eventueel op het gaas: Sterke thee is bloedvat vernauwend en ook xylometazoline (gewone neusspray).

Niét spoelen met water. Een baby mag erna gelijk weer melk. 

Als het niet droog wordt gelieve het mobiele nummer te bellen van de lactatiekundige van de Tongriem Kliniek, (nummer op het meegegeven kaartje). U moet dan na overleg met de behandelaar (1weg) weer terugkomen naar de kliniek. In uitzonderlijke gevallen is hechten noodzakelijk.

Bij behandelingen op een andere plek dan de Tongriem Kliniek gelden de afspraken met die betreffende arts.

OMFT tongoefeningen ouder kind, volwassenen

Om een optimaal resultaat te krijgen van de behandeling worden oefeningen aangeraden. Deze kunnen samen met een daar in gespecialiseerde logopedist enige weken voor de behandeling en erna gedaan worden. Dit wordt oromyofunctionele therapie genoemd. Afgekort als OMFT of OMT. De nadruk ligt op het verbeteren van de tongfunctie. lipsluiting, neusademhaling en juiste slik.

Hier vindt u een lijst met specialisten in OMFT in Nederland.

Hier vindt u wat voorbeelden van oefeningen.

Dr. Rishita Jaju and Smile Wonders staff in Reston, VA show you what post-Waterlaser Frenectomy exercises will work for your little ones.
Tongue Release Therapy Days 1-14 OMT of Stanley Dentistry
Tongue Release Therapy Days 15-21 OMT of Stanley Dentistry
The Four Goals of Myofunctional Therapy by Sarah Hornsby RDH, BS.
Carol Vander Stoep of Mouth Matters OMFT indications for problems and tongue tie.

Tips nazorg oudere baby, oefeningen en tongspelletjes

Hierbij wat linkjes voor nazorg bij de oudere baby. De oudere baby werkt vaak minder makkelijk mee. Dan kan een andere houding en wat speelselere benadering helpen. Een oudere baby heeft ook veel langer moeten compenseren met andere spieren om toch te kunnen drinken, dus een stukje therapie om het compensatiegedrag los te laten helpt. Daarnaast begeleiding van een lactatiekundige IBCLC of een pré-logopedist is aan te raden om het voeden te verbeteren. Zie hier een lijst met lactatiekundigen en therapeuten en pré logopedisten per provincie.

Oudere baby Lactatiekundige IBCLC, Melissa Cole. https://www.youtube.com/watch?v=-llmAhDoKno https://www.youtube.com/watch?v=q9Io3Ush-S4 

Oudere baby Lactatatiekundige IBCLC Jennifer Tow. https://www.youtube.com/watch?v=DgneHlx-5Rc

Kijk er even een paar keer naar, masseer ook de kaakspieren, wangen zoals op deze filmpjes. Help je kindje om te ontspannen.

 

Tijdelijke klachten na de behandeling

Pijn en ongemak, zie deze FAQ.

Tijdelijk meer spugen doordat de baby effectiever drinkt, kan de maag misschien nog niet zo snel verwerken. Er kan na de behandeling een beetje ingeslikt bloed bij zitten. Dat kan geen kwaad. Ook in de luier een beetje groen/zwart gestold bloed.

Meer speekselvloed.

Tijdelijk ruiken of stinken uit de mond. Dit omdat de tongriem en lipband weg “gebrand” zijn.

Tijdelijk minder goed aanleggen, pijn met aanleggen, weigeren van borst of fles, kijk ook naar de FAQ over verhelpen van compensatie gedrag.

Zuigblaren kunnen nog wel even blijven, je kindje is gewend op een compenserende manier te drinken en het kan even tijd nemen voordat het verdwenen is en het geen kwaad.

Erg mopperig zijn de eerste 24-48 uur. Lees ook de veelgestelde vraag daarover.

Koorts; bij koorts is de lichaamstemperatuur 38 graden of hoger. Het is erg onwaarschijnlijk dat dit ten gevolge van de behandeling is. Belangrijk is dat uw kindje niet suf is en goed blijft drinken. Geef bij melk weigeren uit fles of borst evt met een spuitje.  

Bij Kinderen onder de 3 maanden met koorts moet u uw huisarts waarschuwen. 

Vermeerderen van de melkproductie

Doordat je baby met een strakke tongriem en lipband minder effectief melk uit je borst kon krijgen, kan het zijn dat je melkproductie achterop is geraakt ten opzichte van je baby’s behoefte. Na de behandeling kan je baby stap voor stap leren om een beter vacuüm te creëren, waardoor hij de borst beter kan leegdrinken.
Om de productie weer af te stemmen op de behoefte van je baby, moet je vaak extra stimuleren. Dit kun je doen door bijvoorbeeld vaker aan te leggen en tijdens één voeding een paar keer van borst te wisselen. Daarnaast kun je borstcompressie toepassen. Bijvoeden heeft een optimaal resultaat wanneer je de extra melk aan de borst geeft via een sonde of borstvoedingshulpset. Op deze manier stimuleert je baby de borst ten behoeve van de melkproductie, terwijl je kind tegelijkertijd via het slangetje de melk krijgt die via de borst nog niet (weer) beschikbaar is. Daarmee voorkom je dat je na het voeden aan de borst alsnog een fles moet nageven en ook heeft je kind op deze manier meer oefentijd aan de borst, zonder de verwarring van weer een fles erdoorheen. De mondmotoriek en de drinktechniek raken zo sneller op de borst afgestemd dan wanneer je baby langere tijd twee technieken door elkaar heen moet toepassen. Hier vind je een filmpje dat uitlegt hoe je dat eenvoudig doet. Hier zie je hoe je de hulpset van Medela kunt gebruiken.

In deze video van kinderarts Jane Morton kun je zien hoe je tijdens het kolven compressie en massage kunt inzetten voor een optimale melkopbrengst. Ook laat ze goed zien hoe je met de hand kunt kolven; ook dit kan helpen om je productie verder omhoog te brengen. Overweeg ook om te clusterkolven of powerkolven.

Wanneer je te maken hebt met een teruggelopen melkproductie die is gerelateerd aan een te strakke tongriem of lipband, heb je met je baby vaak al allerlei pogingen ondernomen om de problemen samen te overwinnen. Soms is het moeilijk om door de bomen het bos nog te zien. Dat is een reden waarom het wellicht een goed idee is om een lactatiekundig consult in te plannen. De lactatiekundige kan samen met jou alles nog even goed op een rij zetten en kijken waar er nog verbetering mogelijk is. Ook kan ze je op weg helpen als je kruiden of medicatie zou willen gebruiken om je melkproductie verder op te voeren. Door af en toe even bij het consultatiebureau binnen te lopen, ook als je geen afspraak hebt, kun je zelf met een zekere regelmaat je baby even wegen. Voor sommige ouders werkt dit heel geruststellend: zien dat je baby voldoende aankomt, kan veel zorgen wegnemen. Tegelijkertijd is het zo dat als je zou zien dat je baby niet voldoende groeit, je er op tijd bij bent om andere stappen te zetten die jullie weer naar een opgaande groeilijn kunnen brengen.

Waar kan ik na de behandeling met vragen terecht?

Je ontvangt het mobiele nummer van de lactatiekundige die aanwezig was bij de behandeling, deze mag gebeld worden, ze kan contact opnemen met dr. Kirsten Slagter of dr. Suzanne Wink in geval van vragen in relatie tot de behandeling zoals:

  • Dag en nacht i.v.m. bloeden uit de wond die niet gestopt kan worden door druk op de wond te geven
  • Bij vragen rondom het wondbeeld en de genezing door een video of foto van de wond te sturen via Whatsapp of Messenger aan hetzelfde mobiele nummer of info@tongriem.com
  • Andere zorgen en vragen die te maken hebben met de behandeling

Vragen omtrent (borst)voeding contacteer je lactatiekundige of pre-logopedist in je woonplaats.

Ook is er onze support groep op Facebook die vragen kunnen beantwoorden.

Bij zorgen over de algemene gezondheid van je kind, neem dan ook altijd contact op met uw arts.

Zijn er mogelijkheden om het compensatiegedrag van een baby te verbeteren?

De baby heeft soms lang op een andere en compenserende manier moeten drinken, wat al in de baarmoeder met het vruchtwater plaatsvond. Soms “klemt” een baby de kaak, of lijkt de baby wel te bijten aan de borst of fles. Mogelijk is er een trilkinnetje (van de spierspanning) aanwezig en opende de baby zijn mondje slecht om de borst aan te happen. Op deze video zie je hoe je de baby kan helpen de kaken te ontspannen.

Tijdens het voeden kan een baby ook “overstrekt” liggen of een voorkeurshouding hebben. Deze soms erg gespannen kaakspieren en spieren in het mond-, keel-, en halsgebied kunnen geholpen worden te ontspannen, om de baby een signaal te geven dat compenseren niet meer nodig is en dat hij of zij op een andere manier kan gaan drinken. Ook baby’s met koliek of buikkrampjes en huilbaby’s hebben baat bij een eventuele behandeling van een professional zoals een fysiotherapeut, chiropractor, osteopaat of manueel therapeut die een universitaire studie afgerond heeft en kan helpen om compensatiegedrag af te leren. Check bij een praktijk of er veel baby’s geholpen worden en dan met name in het mond/halsgebied.

Kijk ook op deze pagina voor adressen van andere hulpverleners die hun expertise inzetten om de baby in de motorische ontwikkeling verder te helpen zoals de kinderfysiotherapeut die bij je thuis in de dagelijkse verzorging de motorische therapie bij je leert toepassen, de logopedist voor verdere ontwikkeling op het gebied van gebruik van de tong en de mond bij drinken eten en praten, de lactatiekundige bij verder verhelpen van borstvoedingsproblemen die ontstaan zijn door strakke tongriem.

 

 

Case studies en onderzoek chiropractie en manuele therapie:

Nederlandse casestudie, borstvoedingsproblemen en chiropractiebehandeling.

http://www.enhancedentistry.com.au/wp-content/uploads/2015/02/Chiropractic-and-Breastfeeding.pdf 114 case studies.

Meer artikelen:

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19836604

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22014911

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19066699

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23158465

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22675226

Moet ik de baby paracetamol als zetpil geven?

Over het algemeen is de baby een dag mopperig na de behandeling (24-48 uur).

Houdt de baby veel bij je en het liefst huid op huid zodat er warmte gevoeld wordt. Voedt op verzoek of geef een extra flesje als de baby dit aangeeft.

Afhankelijk van het aantal maanden en gewicht de geadviseerde dosering toepassen.

Je kan prima paracetamol geven zoals op de verpakking aangegeven staat. 4 tot maximaal 6 per dag. De eerste twee dagen zou je voor de voeding (bij welke je ook de nazorg wil doen) een paracetamolzetpil kunnen geven en dan aan het einde van de voeding de nazorg doen. (Alleen Etos heeft de 60 mg dosis te koop.)

 

 

Moet er “nazorg” of oefeningen worden gedaan?

Er is nog niet veel in de wetenschap bekend omtrent nazorg en oefeningen.

Het algemeen advies is dit wel te doen gedurende 2 weken om mogelijke teruggroei tegen te gaan. De tong en lip in rust worden niet actief gebruikt, waardoor snel de originele anatomische positie wordt ingenomen. Om eventuele herbehandeling te voorkomen is het advies voor:

Baby’s

  1. Oefeningen; De baby moet nog leren om de tong optimaal te gaan gebruiken. Het is daarom raadzaam oefeningen te doen ter stimulatie. Het filmpje https://vimeo.com/55658345 duurt 3 minuten en kan als voorbeeld dienen bij jonge baby’s. Voor oudere baby’s is het voorbeeld , https://www.youtube.com/watch?v=q9Io3Ush-S4Maak er een leuk spelletje van, zing of babbel gezellig met de baby. Verwacht niet direct dat de baby het door heeft wat hij kan met zijn tong, soms neemt het enige weken voor er resultaat is.Zorg voor korte nagels en schone vingers, eventueel een medische handschoen of vingercondoompje i.v.m. infectie gevaar. Een koude vinger is aangenamer voor je kindje.Volgorde oefeningen filmpje in het kort:1: Massage gehemelte (rubbing palate)
    2: Vinger zuigen, beetje er aan trekken zodat hij nog steviger probeert vast te houden (“tug of war” spelletje)
    3: Midden tong wrijven, vinger naar buiten om het “cuppen” te stimuleren, het vast houden van de tepel in de mond.
    4: Kaken masseren, alsof de tanden worden gepoetst met de top van de vinger, om de bewegingen naar opzij te stimuleren, want de tong wil de vinger goed leren volgen naar de zíjkanten.
    5. Kin, neuspunt, bovenlip aanraken om wijd open doen van de mond te stimuleren.
    6: Stretchen/ optillen lip en tong en het wrijven van de wondjes, op het filmpje zie je hoe ze van haar vinger een “deegrollertje” (roling pin) maakt.
  2. Wondnazorg en tong optillen: Voorkomen zo veel mogelijk dat het weer vast groeit.
  3. Hulp bij andere manier van drinken, eten of praten. Hierbij kan de lactatiekundige het beste helpen bij de borstvoeding, daarnaast de pre-logopedist en voor de oudere kinderen de logopedist die myofunctionele therapie doet.

Oudere kinderen en volwassenen:

  • Uitsteken van de tong en daarbij omhoog en laag bewegen
  • Uitsteken van de tong en daarbij van links naar rechts bewegen
  • Aan een ijsje of ander voorwerp likken of zuigen, waarbij de tong met name gestimuleerd wordt actief te zijn.
  • Tong van links naar rechts, 10 x
  • Aanzuigen tegen gehemelte, 10 tellen vasthouden
  • Klakken, zo vaak als maar mogelijk.
  • Tong uitsteken, 10 x
  • Tongpunt van bovenlip naar onderlip, 10 x