Veelgestelde vragen

Inhoudsopgave

Leidt de Tongriem Kliniek collega’s op?

Een frenulotomie is een voorbehouden handeling door een BIG geregistreerd (tand)arts. In de Tongriem Kliniek werken alleen (tand)artsen die Kirsten persoonlijk heeft begeleid en opgeleid gedurende maanden door bij elke behandeling aanwezig te zijn en te assisteren. Dit om het niveau van de behandelingen te kunnen waarborgen. In het verleden hebben collega (tand)artsen wel eens meegekeken. Dit is niet hetzelfde als opleiden. Helaas is in de Tongriem Kliniek 40% van het werk, de frenulotomie overdoen van andere (tand)artsen en verloskundigen. Wij zien dermate veel herbehandelingen en foutieve behandelingen van collega’s en hebben hierdoor besloten geen (tand)artsen meer mee te laten kijken of op te leiden om patiënten te beschermen. Wel is er de mogelijkheid voor lactatiekundige IBCLC om onder bepaalde voorwaarden een dag mee te lopen om meer te leren over tongriem problematiek. Wel geeft de Tongriem Kliniek naast college, bij- en nascholing over de problematiek.

Vaccineren

Het is aan te raden minstens 2 weken tussen een afspraak voor vaccinaties en een eventuele behandeling in de Tongriem Kliniek te hebben.
Na een vaccinatie kan de baby koorts krijgen en na de behandeling kan de baby spierpijn krijgen in en rond de tong.
Dit is voor de baby geen fijne combinatie.

Tussen neus en lippen door, de Boefjes studie?

De behandeling van een lipband wordt als controversieel gezien. Allereerst weten we uit de wetenschappelijke literatuur dat een lipband een normaal anatomisch verschijnsel is bij een pasgeboren baby (1). Evenals dat de behandeling van een lipband niet een nieuw fenomeen is (2). Nergens in de literatuur wordt beschreven dat het gevaarlijk is of dat er complicaties zijn bij de behandeling van een lipband (3). Er zijn al meerdere onderzoeken gedaan naar het effect van de behandeling van een lipband bij borstvoedingsproblemen (4,5,6)

In de Boefjes studie (www.boefjesstudie.nl en gepubliceerd in Q1 vakgebied MKA chirurgie) is gekozen om bij 175 baby’s borstvoedings- en refluxproblemen voor 6 maanden te volgen. 6 maanden borstvoeding is het advies van de WHO.

Methode: In de Boefjes studie hebben we op basis van de huidige bestaande wetenschappelijke literatuur er daarom voor gekozen altijd beide orale restricties te behandelen, ofwel een strakke tongriem en een strakke lipband, ongeacht de anatomie. Bij wetenschappelijk onderzoek is het belangrijk op eenzelfde manier te behandelen en te meten. Zo kun je beter het totale behandelresultaat beoordelen.

Resultaat: In de Boefjes studie werd geen relatie tussen het type lipband en type tongriem gevonden. Met andere woorden, de anatomie van de tong of lip bepaalt niet de mate van borstvoedings- en refluxproblemen bij een baby.

De conclusie in de Boefjes studie mbt de lipband is als volgt:

  1. Een lage aanhechting tot aan de kaakrand van een lipband is een normaal fysiologisch verschijnsel bij een baby.
  2. Niet alleen de anatomie bepaalt of een lipband strak is, maar vooral het functioneren van de lip tijdens borstvoeding.
  3. Na 6 maanden waren er geen complicaties van de frenulotomie en bleek het veilig om een lipband en tongriem te behandelen als dit door een ervaren (tand)arts wordt gedaan.

De Boefjes studie geeft aan daarom het belang van altijd bij (mond)onderzoek naar het totaalplaatje te kijken als er borstvoedings- en refluxproblemen zijn en pas te behandelen als non-chirurgische hulp niet geholpen heeft.

Controverse:

Vlak voor de Boefjes studie verscheen een artikel over de anatomie, effect op borstvoeding en de correlatie met ankyloglossia (7). Dit artikel van Shalini et al. (niet gepubliceerd in Q1 vakgebied KNO) zorgt voor veel verwarring onder zorgverleners. Belangrijk is te noemen dat zij evenals in de Boefjestudie concluderen dat er geen relatie is tussen de anatomie van de lipband en de tongriem en “borstvoedingsscores”.

Wat deze studie echter niet betrouwbaar maakt als literatuur met betrekking tot borstvoedingsscores, borstvoedingsproblematiek of het beoordelen van een behandeling van een lipband komt door het volgende:

  1. Er wordt niet gekeken bij baby’s met borstvoedingsproblemen en moeders met tepelpijn, maar bij gewone pasgeboren baby’s en moeders zonder pijn.
  2. Er is maar een 2 weken follow-up.
  3. Van de 100 baby’s, krijgen er na 1 week  71 baby’s (62+9) baby’s en na 2 weken 27 baby’s (23+4) borstvoeding. De andere baby’s hebben nooit borstvoeding gehad!
  4. Er worden borstvoedingscores gemeten bij baby’s die geen borstvoeding krijgen!
  5. Er is bij geen enkele baby een behandeling dmv frenulotomie uitgevoerd!

Kortom, er mag statistisch gezien door het gebrek aan power van deze studie:

  1. Geen conclusie getrokken worden met betrekking tot een lipband en het effect op borstvoeding!
  2. Geen conclusie getrokken worden over het behandelen van een lipband! Dit is namelijk helemaal niet gemeten in deze studie!

Meer lezen over de controverse rondom lipbandjes? Zie FAQ medische literatuur:  De zin en onzin van Lipbandjes

  1. Flinck A, Paludan A, Matsson L, Holm AK, Axelsson I. The superior labial frenulum in newborns: what is normal? Glob Pediatr Health 1994;4:1–6.
  2. Veen JA van der. Frenulum labii superioris. Leiden: Stafleu & Tholen, 1971.
  3. Francis DO, Chinnadurai S, Morad A, et al. Treatments for ankyloglossia and ankyloglossia with concomitant lip-tie.
    Comparative Effectiveness Reviews, No. 149. Agency for Healthcare Research and Quality. 2015
  4. Walsh J, McKenna Benoit M. Ankyloglossia and other oral ties. Otolaryngol Clin N Am 2019;52:795–811.
  5. Pransky SM, Lago D, Hong P. Breastfeeding difficulties and oral cavity anomalies: the influence of posterior ankyloglossia and upper-lip ties. Int J Pediatr Otorhinolaryngol 2015;79:1714–1717.
  6. Ghaheri BA, Cole M, Fausel CA, Chuop M, Mace JC. Breastfeeding improvement following tongue-tie and lip-tie re- lease: a prospective cohort study. Laryngoscope 2017;127:1217–1223.
  7. Shalini S, Allen P, Walker R, Rosen-Carole C, McKenna, Benoit M. Upper Lip Tie: Anatomy, Effect on Breastfeeding, and Correlation With Ankyloglossia Laryngoscope 2020; Oct ahead of print.

Wat is de zin en onzin van het behandelen van een lipband bij een baby?

In het tijdschrift JGZ is in 2018 een artikel verschenen over de onzin van het behandelen van een lipband. Het zou onethisch en gevaarlijk zijn. Echter is dit in de medische literatuur nooit bewezen.

Er is een wetenschappelijke onderbouwde reactie terug geschreven met de conclusie dat de indien een lipband door een deskundige arts na uitvoerig mond- onderzoek en functioneel onderzoek als strak wordt beoordeeld én er sprake is van een beperking bij het borstvoeden én het probleem niet door een andere voedingspositie verholpen kan worden, dan dient een ervaren behandelaar deze op een veilige en verantwoorde manier chirurgisch te verhelpen.

Dit is ook recentelijk uit de Boefjesstudie gebleken ( Zie www.boefjesstudie.nl). Zie hier voor de twee publicaties:

Bijlage: Post & Hendriks 2018 Strakke lipbandjes bij neonaten de zin of onzin van behandelen Tijdschrift JGZ

Bijlage: Reactie Kirsten op het artikel over de zin van het behandelen van strakke lipbandjes bij neonaten

Hoe kan ik het beste voorbereid zijn op de behandeling?

Bij oudere baby’s, kinderen en volwassenen met een te strakke tongriem kunnen compenserende mondgewoontes aanwezig zijn. In de zwangerschap slikt een baby vruchtwater met een tong die vast zit, waardoor de hik ook dan al aanwezig kan zijn. Een ouder kind en volwassenen hebben jarenlang compensatiegedrag vertoond doordat omringende spieren en weefsels compenseren voor de beperkte functionele beweging van de tong. Denk aan voedsel in de mond verplaatsen van links naar rechts, goed slikken zonder je te vérslikken, je tanden schoon vegen na het eten en praten. Vaak slikt de patient naar voren, dat heet  een”persslik” of tongpers. Dit kan invloed hebben op de stand van de tanden, kaken of algehele lichaamshouding.

De voorbereiding voor een behandeling is daarom tweeledig:
1. Compenserende spieren in het hoofd, nek en halsregio kunnen flink “vast” zitten en daarom beter vóór een eventuele tongriembehandeling gecheckt en behandeld worden door een zorgverlener die daarin gespecialiseerd is.  Van patiënten horen we dat ze dit bij een fysiotherapeut, manueel therapeut, orofaciaal therapeut, chiropractor, of osteopaat laten doen voor klachten zoals bijvoorbeeld een verkeerde houding, stijve nek, kaakklemmen, knarsen en hoofdpijnen. Alleen een tongriem behandelen is niet afdoende als de omringende spieren en weefsels blijven vastzitten en beperken in de functionele bewegingen.

2. Tevens verbetert een behandeling als de patiënt van te voren en na de behandeling naar een gespecialiseerde logopedist in OMFT (oromyofunctionele therapie) gaat. Dit kan helpen om foutief aangeleerde mondgewoontes en manier van slikken te analyseren en eventueel te trainen of af te leren in een individueel afgestemd programma.

Mocht een OMFT logopediste niet beschikbaar zijn is de Kieferfreund app een optie om te trainen en te oefenen (zie www.kieferfreund.com of https://www.tongriem.com/nl//tongtraining/)

Zit er gevoel in de tongriem?

Wij horen regelmatig dat mensen lezen dat er weinig gevoel in de tongriem zit en dat een tongriembehandeling daardoor vrijwel gevoelloos zou zijn.

Dit is echter niet het geval en wordt daarom op de Tongriem Kliniek ook altijd oppervlakkig verdovingszalf gebruikt of verdovingsprikken bij het oudere kind en volwassenen.

 

Waarom kwijlt mijn kind

Bij de Tongriem Kliniek krijgen wij vaker de vraag waarom een kind (nog) kwijlt na de behandeling. Of dat baby’s belletjes blazen.

Ongeveer 2000 x wordt er reflexmatig dag en nacht geslikt. Om goed speeksel te kunnen wegslikken is een volledig beweeglijke tong nodig. Met een strakke tongriem kan de tong niet goed naar omhoog en naar achteren bewegen en in een golf beweging voedsel, drinken en speeksel weg slikken richting de slokdarm. Op het moment dat de tong meer beweeglijk wordt door de behandeling, heeft een tong in feite deze beweging nog nooit (helemaal) kunnen maken en moet het nog aangeleerd worden. Bij een baby gaat tot ongeveer 3 maanden alles op reflex maar kan het nog steeds weken tot maanden duren goed te leren slikken. Na 3 maanden heeft een baby of kind al zijn eigen manier gevonden om drinken en eten weg te slikken. Het vraagt dus enige tijd voordat de tong een goede/nieuwe slik aangeleerd heeft en kan kwijlen ontstaan of erger worden. De hersenen moeten deze bewegingen gaan aan sturen. Bij het oudere kind kan logopedie met OMFT uitkomst bieden. Zie de FAQ’s over OMFT.
Daarnaast is het belangrijk dat een kind goed de mond sluit en door de neus ademt of gaat leren sluiten, dus ook de lippen goed kan sluiten. Ouders kunnen de mond sluiten als ze zien dat hun baby of kind de mond heeft open hangen door zachtjes de kin omhoog te bewegen als hij of zij bijvoorbeeld slaapt of speelt. Belangrijk dat er alleen een speen gebruikt wordt voor troost en in slaap vallen omdat bij speengebruik de tong gehinderd wordt om de slik naar omhoog en naar achteren richting de keel goed te leren af te maken.