Veelgestelde vragen

Inhoudsopgave

Hoe ziet een strakke lipband eruit?

Behandelaars die regelmatig lipband diagnosticeren en behandelen maken gebruik van een classificatiesysteem om te beschrijven waar de lipband aanhecht. Er zijn meerdere classificatiesystemen, maar de meeste behandelaars maken gebruik van een type of klasse-indeling waarbij de lipband een cijfer van 1, 2, 3 of 4 krijgt:

Een klasse 1 lipband is vrij zeldzaam (weinig tot geen zichtbare aanhechting).

Een klasse 2 lipband hecht ergens in het midden op het tandvlees aan boven de rand van het tandvlees.

Een klasse 3 lipband hecht aan de rand van het tandvlees op de kaak, grenzend aan een zenuwknoopje, genaamd de papil insiciva.

Een klasse 4 lipband loopt door tot op het harde gehemelte.

Dit classificatiesysteem beschrijft alléén de anatomie. Het bepaalt niet de ernst van de aandoening of klachten. Een klasse 4 lipband is niet “erger” dan een klasse 3 – wat telt is de mate van beperking in uit krullen van de bovenlip. Deze mate van beperking kan worden bepaald door het optillen van de lip en proberen te uit te krullen, oftewel het nabootsen van het aan happen van de borst die nodig is voor borstvoeding. Daarbij kan de lactatiekundige IBCLC (een door de internationale raad gecertificeerde lactatiekundige) zien of de lip goed op de borst zit

Het belangrijkste is om te erkennen dat de indeling gebruikt wordt om de mate van aanhechting van de lipband te beschrijven aan de kaak. Het komt voor dat een baby ingestuurd wordt met een lipband klasse 3 waar noch het kind noch de moeder problemen ervaart met borstvoeding.

Wat zijn die harde witte bulten op het tandvlees van een baby?

Afhankelijk van de grootte en van de spreiding over de kaken zijn er twee mogelijkheden:

Parel van Epstein:

Dit zijn kleine verdikte inclusiecysten op het gehemelte, maar kunnen ook op het tandvlees voorkomen. Meestal te zien als multipele, witte, rijstkorrelgrote verhevenheden in het vestibulair (tegen de wang gelegen vlak) slijmvlies van de bovenkaak (processus alveolaris). Het zijn kleine met vocht gevulde holtes, (cystische nodule) afgedekt door een dun epitheel (laagje huid) en gevuld met keratine (een soort eiwit).

De Epstein parels zijn totaal onschuldig, doen geen pijn, hoeven niet behandeld te worden en verdwijnen spontaan. Een behandeling is dus niet nodig.

“Bohn’s” nodules (gezwel):

Dit zijn wit achtige bulten verspreid over de gehele boven en/of onderkaak (zie foto’s). De exacte etiologie is onbekend, maar het vermoeden is dat ze ontstaan als overblijfsel van de dental lamina of van heterotrofe speekselklieren. Ze kunnen aanwezig zijn over de gehele kaak of op het palatum (gehemelte). Deze “gezwellen” zijn goedaardig en verdwijnen in de loop der tijd.

Is het verwijderen van de tongriem en/of lipband een hype of trend?

Het verwijderen van een tongriem of lipband wordt al jaren uitgevoerd door diverse medisch specialisten of tandartsen. Vaak gaat het dan om oudere kinderen of volwassenen met een zodanige functiebeperking dat chirurgisch ingrijpen nodig is. Wanneer drinken voor baby’s of jonge kinderen moeizaam ging werd er in het verleden vaak overgegaan op kunstvoeding. Tegenwoordig is men alert om in een vroeg stadium wanneer er (functionele) problemen zijn deze te diagnostiseren en eventueel te laten behandelen. Het is dus niet zozeer een hype of trend, maar heeft met vroeg diagnostiek te maken. Bij mogelijke (functionele) problemen is het beter om op jonge leeftijd te worden behandeld dan op oudere leeftijd.

Wat is het effect van een lipband op borst- of flesvoeding?

Vaak wordt er alleen naar de tongriem gekeken en de rol van de tongriem bij het voeden van de baby.

Het belang van de bovenlip uitkrullen naar buiten tijdens het diep aanhappen van borst of fles zorgt voor een betere afsluiting van de mondholte. Verschillende studies met echte beelden tonen een goede borstvoeding beweging aan. De normale borstvoeding beweging wordt het beste bereikt wanneer de baby de mond wijd kan openen. Deze brede opening wordt het best bereikt wanneer de baby in staat is de bovenlip uit te krullen, waardoor het slijmvlies gedeelte van de lip (in plaats van het droge buitendeel) contact maakt met de borst. Dit zorgt voor de betere afsluiting, wat de eerste stap is bij het genereren van vacuüm bij borstvoeding. Dit geldt ook voor de fles. Wanneer een lipband de lip “verankerd” op de bovenkaak, wordt de naar buiten krullende beweging belemmerd. Dit resulteert in een kleinere mondopening en dwingt de baby om een ondiepe hap op de borst of aan de fles te nemen, wat leidt tot minder grip en verlies van het vacuüm.

Hoe weet ik of mijn baby een strakke tongriem of lipband heeft?

Mogelijk wordt er via een verloskundige, lactatiekundige, of een oplettende kraamverzorgende of logopedist gewezen op de mogelijke functionele problemen bij baby’s en kinderen door een strakke tongriem of lipband. Ook via andere ouders kan het zijn dat erop geattendeerd wordt. (Facebook zijn support groepen (link).

Een tongriem is niet altijd goed te zien, zeker als deze achter in de mond zit, maar wel te voelen is.  Niet elke arts, verloskundige, lactatiekundige of kraamverzorgster heeft genoeg ervaring om dit goed te kunnen beoordelen. Het is verstandig een behandelaar of beoordelaar met ervaring op dit gebied te zoeken. Een lactatiekundige die ervaring heeft met beoordelen van tongriem en lipband doet uitgebreid mondonderzoek en kan ook een strakke tongriem beoordelen die soms verborgen zit achter het mondslijmvlies. Bij twijfel maak een afspraak met een lactatiekundige of een consult bij een behandelaar met ervaring. En foto insturen is mogelijk ter beoordeling, maar kan nooit uitsluitsel bieden.

Kinderarts dr. James Murphy (link) bedacht de volgende manier. Wanneer onder de tong gevoeld wordt met een vinger dan moet dat in eerste instantie makkelijk en soepel gaan. Als er moeilijk onder de tong over de mondbodem kan worden bewogen met de vinger van links naar rechts omdat er een soort “snaartje”, “verkeersdrempel” of “hekje” gevoeld wordt, kan dit mogelijk wijzen op een strakke tongriem.

Ook als de baby huilt kan het zijn dat de tong vrijwel altijd beneden blijft. Deze lage tongpositie kan mogelijk worden veroorzaakt doordat een strakke tongriem de tong naar beneden trekt. Soms kan de tong wel omhoog en komen alleen de zijkanten van de tong omhoog zodat de tong een kom vorm maakt.

Voor een lipband geldt dat deze relatief makkelijk moet kunnen uitkrullen. Als de lip opgetild wordt en er zachtjes aan getrokken wordt, kan het zijn dat de bovenkaak wit weg trekt, dit is mogelijk een aanwijzing voor een te strakke lipband. Deze test wordt ook wel “blanching” – of anemie test genoemd (zie foto).

Zijn er verschillende type’s tongriemen en lipbandjes?

Er is veel discussie over de benaming en behandeling van de types tongriem en/of lipbandjes. Soms is er geen duidelijk vlies zichtbaar onder de tong en worden ouders door de arts zonder behandeling naar huis gestuurd, terwijl een verborgen gelegen tongriem de problemen met voeden veroorzaakt.  Een classificatie zegt dus niets over de ernst van het probleem, alleen maar over de mate van aanhechting.

De classificatie die over het algemeen wordt aangegeven is de Kotlow classificatie van de lipband (1 t/m 4) en die van Coryllos van de tongriem (1 t/m 4) (zie veelgestelde vragen hoe ziet een strakke lipband of tongriem eruit).

Hoe herken je een strakke tongriem of lipband?

Tongriem:

  • Hartvormige tong;
  • Deuk halverwege de tong;
  • Tijdens huilen een lage tongpositie met soms met een deukje en soms een komvorm;
  • Witte aanslag halverwege de tong.

Lipband:

  • Zuigblaar bovenlip bij baby’s;
  • Witte plekken rondom neus bij drinken baby’s;
  • Wit wegtrekken aanhechting op rand van de bovenkaak (zie foto);
  • Een spleet (diasteem) bij doorkomen boventanden.

Wat zijn mogelijke klachten bij een strakke tongriem of lipband?

Baby’s

Moeder:

  • Pijn bij moeder (niet altijd), kapotte tepels, kloven, tepel komt er afgeplat uit na drinken of is wit weggetrokken (soms denkt men aan Raynaud);
  • Gebruik van tepelhoed, aanleggen lukt soms helemaal niet;
  •  Baby kan de borst niet goed leeg drinken waardoor verstopte melkklieren of borstontsteking (mastitis) ontstaan;
  • Naast borstvoeding mogelijk kunstvoeding bijgeven en/of extra kolven om productie op gang te krijgen en houden.

Baby;s

  • Klakkend geluid (vacuüm loslaten);
  • Baby maakt een kleine hap, zuigt de tepel naar binnen;
  • Baby drinkt heel “krachtig”, bijt soms, of klemt met de kaak;
  • Drinkt onrustig/ongeduldig aan de borst of is juist snel vermoeid;
  • Drinkt kort, laat veel los, of “hangt” juist “de hele dag” aan de borst;
  • Veel lucht mee drinken, refluxklachten, koliek, spugen, boeren, bol buikje, windjes;
  • Matige groei van de baby;
  • Doordat de tong niet naar het gehemelte omhoog kan bewegen blijft  het gehemelte soms hoog. Dit geeft mogelijk minder ruimte in de neus, waardoor de baby verkouden lijkt en door de mond blijft ademen;
  • Doordat de baby moeite heeft de tong volledig te gebruiken, blijft er een witte aanslag achter op de tong. Dit is dan geen spruw, maar smaakpapillen met aanslag (zie foto);
  • Baby’s met een strakke lipband waarbij de voortanden doorkomen rond een jaar krijgen soms opnieuw problemen met voeding en gaan bijten.

Kinderen:

  • Kinderen die slecht vacuüm kunnen creëren hebben mogelijk eerder last van een middenoorontsteking.

 

Er zijn wereldwijd verschillende borstvoedingswebsites (borstvoeding.com) waar veel foto’s (link) en beschrijvingen van de problemen te vinden zijn. In Engels www.drghaheri.com.