Veelgestelde vragen

Inhoudsopgave

Checklist klachten die wijzen op een strakke tongriem en lipband

  • Tekenen van beperkte beweeglijkheid van de tong-en lipspieren:
  • Doordat de tong vaak alleen de voorkant en zijkanten beweeglijk heeft en beperkt omhoog en naar achter kan bewegen kan de baby moeilijk de tepel diep naar binnen zuigen. Doordat de lip vaak ook niet goed kan uitkrullen door de strakke lipband kan de baby het mondje niet ver openen om een grote hap te maken.  De baby zal snel loslaten, aanhappen en drinken lukt moeizaam of alleen met tepelhoed of flesje. De baby gaat direct in slaap vallen aan de borst of gaat juist gefrustreerd er op en er af en lijkt niet te “willen”.

    Mondje niet ver open doen, alleen tepel naar binnen gezogen, (boven-)lipje(s) naar binnen gekruld.

  • Tekenen van compensatiegedrag vanwege de strakke tongriem en lipband:
  • Om de borst te proberen vast te houden kan de baby gaan klemmen of “bijten” met de kaakjes, moeder ervaart  met name met aanhappen pijn, trilkinnetje van de kaakspanning. Zuigblaren op lipjes door wrijving. Dit is vermoeiend drinken, jammer van de energie als de baby nog niet goed groeit of prematuur is. Soms wordt de baby als luie drinker bestempeld.

    Tepel moet er rond uitkomen normaal. Tepel raakt er door vervormd, komt na het voeden er plat uit, als lipstick. Tepelkloven en tepelpijn. Blauw, wit of paars gekleurd, Raynaud-achtige klachten door afklemmen bloedtoevoer. Zuigblaartjes.  Het compenserende drink gedrag hoeft niet altijd pijn te doen, moeder zegt dat de baby “hard” of “krachtig” zuigt.

  • Tekenen van beperkte mogelijkheid om de melk er uit te zuigen:
  • Borst (of fles) niet “leeg” drinken, vaak drinken om toch genoeg binnen te krijgen. Verstopte melkklier of veel stuwing. Overproductie. Melkblaartjes.

    Minimale of stagnerende groei, veel afvallen(>7%) in kraamtijd pas na meer dan 10 dagen terug op geboortegewicht en na aantal weken of maanden als de productie langzaam afneemt. Baby’s geven het soms minder goed aan, gaan in een soort spaarstand. Slapen langer door. Je ziet het ook aan vermindering van aantal poepluiers.

    Baby drinkt alleen de toeschietreflex, daarna “sabbelen”. Kort drinken of juist heel lang. Maakt alleen lange teugen(kin beweegt ver naar beneden) en slikt met toeschietreflex en borstcompressie geven.

  • Tekenen van beperkte mogelijkheid tong omhoog te bewegen richting het gehemelte en sluiten van de lipjes om borst of fles:
  • Klachten van lucht mee drinken door de lage tongpositie, vaak hoog gehemelte en strak lipbandje waardoor kleine hap en weinig grip op de borst of fles, je kan het horen als de baby vacuüm verliest door klakgeluiden en luidruchtig drinken, de baby klinkt gulzig.
    Die lucht moet ergens heen, omhoog of naar beneden; Boeren, hik, spugen, bol buikje, winden, krampjes, “koliek”. Reflux met spugen of verborgen reflux waarbij de baby weinig spuugt maar terug slikt. Hierdoor kunnen baby’s tijdens de voeding al onrustig worden en zijn niet of nauwelijks neer te leggen om te slapen, want dan loopt de lucht met voeding terug in de slokdarm. Er kan door het maagzuur pijn ontstaan in de slokdarm. Als ouder loop je veel rechtop met de baby. Bij verborgen reflux en terug slikken “vergeet” de baby soms, kortstondig, te ademen. Er wordt regelmatig johannesbroodpitmeel ingezet om de maaginhoud wat te verzwaren of maagzuurremmers.

    Spruwklachten kunnen verward worden met strakke tongriem. De tong veegt niet “schoon” tegen het gehemelte. Je ziet witte aanslag (vanaf de geboorte) op het achterste gedeelte alleen van de tong, vanaf de strakke tongriem, het voorste gedeelte veegt schoon aan de achterkant van de bovenkaak. Spruw ziet er uit als parelmoer glans of echt witte plakkaten op de slijmvliezen in de mond. De stekende pijn door de borst kan van compenserend drinken door strakke tongriem zijn.

    *Let wel, niet alle klachten hoeven aanwezig te zijn.

Wat als de baby na de behandeling niet goed wil drinken?

Het is goed mogelijk dat 24-48 uur na de ingreep baby’s mopperig en huilerig kunnen zijn. In een enkel geval kan dit langer duren. Als baby’s echt moeilijk aan de borst of fles willen, kan er melk gegeven worden op een lepeltje of met een spuitje en deze in het mondje worden gedaan. Ook kan een medicijnbekertje aan de onderlip worden gezet en er voorzichtig wat melk in de mond gegleden laten worden. Een baby zal uiteindelijk altijd weer willen drinken, maar kan moeite hebben met het wennen. Lees de veelgestelde vragen met tips voor beter aan de fles of borst.

Als de baby erg overstuur blijft kan een paracetamol zetpil geven worden. 60 mg of een halve 120mg, afhankelijk van het gewicht. Bij twijfel over medicijngebruik raadpleeg altijd een arts.

Blijf niet zitten met vragen omtrent voeding, bel een lactatiekundige.

Tips verbeteren drinken met de fles

Na de behandeling kan het zijn dat je kindje anders moet leren drinken, omdat de tong vast gezeten zat. Nu de tong los is, is het alsof je je been uit het gips krijgt, je moet opnieuw leren lopen. Daardoor kan de baby een dag of iets langer mopperig zijn. Des te ouder de baby des te langer moest de baby compenseren om toch melk te kunnen krijgen, bedenk ook dat je baby in de baarmoeder al vruchtwater dronk met een tong die vast zat. Je baby heeft even tijd nodig om op een “nieuwe” manier te gaan drinken.  De tongspelletjes kunnen het beste voor voedingen gedaan worden om de tong uit te dagen meer verschillende bewegingen te gaan maken. Het strekken van de hele tong naar het gehemelte stimuleert de beweging naar boven, deze is essentieel voor het goed vacuüm creëren en voorkomt opnieuw vastgroeien.

Soms is de overgang groot en kan een baby wel wat hulp gebruiken om de overgang wat te vergemakkelijken. Als een baby niet direct wil aan happen kan je je baby eerst wat rustiger krijgen met wat vingervoeden zoals hier, je kan ook een spuitje gebruiken zoals deze vader. Je kan je baby bijvoorbeeld 10-30 ml even laten drinken. Masseer de handpalm, dit stimuleert het aanhappen en zuigen.

Bekijk deze paced bottle feeding, een rustige manier om de fles te laten drinken.

Bij fles weigeren kan een schoon pantykousje om de speen, of een knuffel/ sokje om de fles. Lopen met de fles, afleiden. Warme speen kan helpen. Melk juist koud/lauw geven. Een smallere/ langere speen. Je baby kan ook moeite hebben met rechtop en achterover drinken, leg hem dan opzij te drinken.

Zoek een pre-logopedist bij je in de buurt om te helpen met fles en andere voedingsproblemen.

Bij de foto’s merkten ouders dat hun fles weigerende baby wel ging zuigen op de knuffel, ze maakte een gaatje bovenin en ging de baby zo wel uiteindelijk weer aan de flessespeen zuigen.