Veelgestelde vragen

Inhoudsopgave

Andere bevindingen na de behandeling

Na de behandeling aan tongriem of lipband kun je dingen merken die kortere of langere tijd aanhouden zoals zwelling van de lip, kwijlen, kokhalzen of andere ongemakken en bijzonderheden.

* Granulatieweefsel: Dit is een klein bobbeltje van extra littekenweefsel dat op het wondje kan ontstaan. Vermoed je dat je dit ziet, stuur dan rustig een foto. Het is niet ernstig en meestal wordt het kleiner. Als het belemmeringen geeft met drinken, kan het nog worden weggehaald.

* Kwijlen: Omdat je kind opnieuw moet leren slikken na de tongriembehandeling, kan er nog een tijdje sprake zijn van kwijlen. Als je kind ook (nog) een slappe lipsluiting en openmondpositie heeft, kunnen ook die bijdragen aan het kwijlen.

* Teruggroei: Na de behandeling zal de wond snel genezen. Het doel van de nazorgoefeningen, waarbij het wondje wordt gemasseerd en opgerekt, is dat de wond niet te snel en weer te strak dichttrekt. Als er te veel teruggroei ontstaat, kan de tong- of lipmobiliteit weer beperkt worden. Het advies is om op het nazorgspreekuur terug te komen om dit even te laten controleren; voor een afspraak bel je met de Tongriem Kliniek.

* Spierpijn en ongemak: Na de behandeling horen we regelmatig terug dat de oudere kinderen en volwassenen (spier)pijn voelen in de kaken, tong en keel. Baby’s geven dit vaak aan door huilen of slecht willen drinken. Zie de FAQ over pijnbestrijding.

* Spugen: Omdat de baby mogelijk direct al effectiever drinkt, kan het zijn dat het kind grotere hoeveelheden melk drinkt. De maag is aan die nieuwe hoeveelheden nog niet meteen gewend en dat kan ertoe leiden dat het teveel weer wordt uitgespuugd.  Het is heel goed mogelijk dat de baby de eerste tijd tijdens het drinken nog lucht mee naar binnen slikt. Vlak na de behandeling kan er ook ingeslikt bloed bij zitten (wat in de luier zwart/donkergroen weer tevoorschijn komt).

* Stinkende adem/mond: Wij horen soms terug van ouders dat de baby een stinkende adem heeft. Dit kan enkele dagen tot een week aanhouden; dit kan verder geen kwaad.

* Gezwollen bovenlip: De bovenlip kan na lipbandbehandeling tot 5 dagen wat gezwollen blijven.

* Trillende kaken: Bij sommige baby’s is er sprake van trillende kaken als gevolg van compensatiegedrag dat de baby heeft ontwikkeld vanwege de te strakke tong- of lipriem. Omdat de tong na de behandeling nog getraind moet raken, kan het zijn dat het compenseren met de kaakspieren nog doorgaat. Kijk maar eens naar de ontspanningsvideo. Compensatiegedrag kan om uiteenlopende redenen langer aanhouden. (We komen hierop in andere onderwerpen nog terug.) Soms is het in zo’n geval nodig om een andere zorgverlener te consulteren die de hiervoor benodigde begeleiding kan geven. Zie de FAQ over compensatiegedrag en video’s met voorlichting hierover.

* Naar binnen krullende lip: De baby is niet gewend de lip naar buiten te krullen. Je kunt je baby hierbij kort na de ingreep een beetje helpen. Kijk maar eens naar de ontspanningsvideo.

* Aanwezige zuigblaren: Met een te strakke tong- of lipriem ontstaan er vaak zuigblaren. Deze kunnen nog enige tijd aanwezig blijven, zeker op de bovenlip.

* Huilen bij het geven van nazorg: Wat wij terughoren van ouders en merken op het nazorgspreekuur, is dat baby’s vaak huilen wanneer ouders met hen de nazorgoefeningen doen, maar stoppen zodra de oefeningen worden beëindigd of de ouders hen afleiden of voeden of verschonen. Het is moeilijk om met je baby ‘aan het werk’ te zijn, als je merkt dat je kind er overstuur van raakt. Het is ook zeker niet de bedoeling dat je baby lange tijd van slag blijft. Tegelijkertijd kan de nazorg helpen om te voorkomen dat de tongmobiliteit weer beperkt raakt, waarna je misschien de hele procedure nogmaals moet doorlopen met je kind. Het is dan ook een kwestie van voorzichtig balanceren en samen zoeken naar een evenwicht. Zie de FAQ, pijnbestrijding. Observeer je baby of kind goed; de nazorg moet niet te koste gaan van alles. Het is slechts een advies dat is bedoeld om alles nu in één keer zo goed mogelijk te laten verlopen. Wanneer je de nazorg doet als je baby niet te hongerig is, is de kans op het overstuur raken vaak kleiner. Als je twijfelt over het huilgedrag, stuur dan gerust een vraag aan de lactatiekundige via whatsapp.

* Wit beslag op tong: Wanneer de tongriem strak is, heeft de baby in de baarmoeder al niet kunnen oefenen met het heffen van de tong. Dat leidt ertoe dat het gehemelte zich niet zo mooi laag en breed ontwikkelt als nodig is voor een goede mondmotoriek. Zo kan een tong die op de mondbodem vastzit, niet goed contact maken met het gehemelte; daardoor blijven er op de tong voedselresten achter. Na de ingreep moet je baby leren de tong goed te gebruiken. Naarmate de tongspieren meer getraind raken, zal de techniek verbeteren. De tong zal daardoor de kaken verder uit elkaar ‘duwen’, waardoor het gehemelte in de loop van de maanden verder omlaag kan komen. Wanneer dit proces goed verloopt, zal ook de tong beter schoon worden en verdwijnt het witte beslag.

* Keuze flessenspeen: Zodra de tong meer mobiel is, is de baby in principe in staat om de speen dieper in de mond te nemen. We merken dat flessenspenen met een brede basis dit belemmeren; de baby kan dan immers niet verder aanzuigen dan tot aan de brede basis. Daardoor blijft er geregeld sprake van een tamelijk ‘zuinige hap’ aan de speen, terwijl je je baby graag wilt aanmoedigen om de mond wijd open te doen en diep aan te happen. Dat is de reden dat een smalle basis vaak meer mondvulling geeft.

* Baby van slag: Het komt soms voor dat een baby langer dan een paar dagen huilgedrag en slechter drinken laat zien. Dit is meestal bij de oudere baby die langer heeft moeten compenseren met een strakke tongriem. In de periode voorafgaand aan de behandeling waren deze baby’s meestal al huilerig en dronken ze matig. Vaak is er in zo’n geval niet alleen behandeling van de tongriem of lipband nodig, maar ook behandeling van compensatiegedrag. Zie FAQ compensatiegedrag. Vaak geven ouders in deze situatie na de ingreep wat langer pijnstilling. Iets anders om rekening mee te houden is een gewone virusinfectie die toevallig tegelijkertijd opspeelt. Wanneer ouders zich zorgen maken over koortsverschijnselen, kunnen ze naar de huisarts gaan; zie ook de FAQ over koorts.

* Kokhalzen: De eerste tijd na een tongriembehandeling kan er, met name tijdens het doen van de oefeningen, nog sprake zijn van kokhalzen. Dit komt omdat je baby echt nog moet leren om de tong goed te gebruiken en nog moet wennen aan de toegenomen tongmobiliteit.
* Tong inslikken: Het losmaken van de tongriem betekent niet dat de hele tong los in de mond komt te liggen. Soms zijn ouders bang dat hun baby de eigen tong na de tongriembehandeling inslikt. Dit is beslist niet mogelijk; je hoeft je daarover geen zorgen te maken.
* Apneu: Soms nemen ouders waar dat hun baby af en toe een ademstilstand (apneu) laat zien, zowel voor als na de ingreep. Dit kan te maken hebben met het hoge gehemelte, waardoor de bovenste luchtwegen minder ruimte hebben. Dit verschijnsel is dus niet gerelateerd aan de tongriembehandeling. Sterker nog… de hoop is dat door het mobiel worden van de tong het gehemelte meer afvlakt. Daardoor krijgen die bovenste luchtwegen meer ruimte en ontstaat er bij lichte zwelling van de neusslijmvliezen (zoals bij een verkoudheid of wat snotterigheid) ook minder snel een verstopte neus die de ademhaling bemoeilijkt. Hier kun je een onderzoek vinden over de relatie tussen strakke tongriem en apneu.

 

 

Heeft een behandeling direct effect?

Het behandelen van de tongriem en lipband is relatief gezien een kleine chirurgische ingreep en vaak een poging tot het verbeteren van de huidige situatie. Dit geldt voor baby’s, kinderen en volwassenen. Het blijft echter altijd een ingreep.

Over het algemeen is de strekking: hoe jonger de patiënt is ten tijde van de behandeling, hoe meer kans op verbetering.

De mate van succes bij baby’s heeft echter ook te maken met andere factoren zoals het verloop van de bevalling, een eventuele voorkeurshouding van je baby en hoe je baby aan de borst of fles drinkt voorafgaand aan de behandeling. Baby’s moeten opnieuw hun tong leren gebruiken en hebben meestal compensatiegedrag aangeleerd, zoals kaakklemmen, om toch melk te kunnen drinken. Soms duurt het enkele dagen tot weken voordat er resultaat gezien wordt. Vaak is je baby de eerste 24-48 uur mopperig en wil je kind soms even niet aan de borst of fles. Als je baby de borst weigert, geef dan melk met een fles of met een theelepeltje of spuitje, zodat je baby wel wat binnen krijgt.

Het is raadzaam om een lactatiekundig consult aan te vragen; met de lactatiekundige kun je de oefeningen nog eens goed doornemen en het wondje van de ingreep checken.

Wat als de baby na de behandeling niet goed wil drinken?

Het is goed mogelijk dat 24-48 uur na de ingreep baby’s mopperig en huilerig kunnen zijn. In een enkel geval kan dit langer duren. Als baby’s echt moeilijk aan de borst of fles willen, kan er melk gegeven worden op een lepeltje of met een spuitje en deze in het mondje worden gedaan. Ook kan een medicijnbekertje aan de onderlip worden gezet en er voorzichtig wat melk in de mond gegleden laten worden. Een baby zal uiteindelijk altijd weer willen drinken, maar kan moeite hebben met het wennen. Lees de veelgestelde vragen met tips voor beter aan de fles of borst.

Als de baby erg overstuur blijft kan een paracetamol zetpil geven worden. 60 mg of een halve 120mg, afhankelijk van het gewicht. Bij twijfel over medicijngebruik raadpleeg altijd een arts.

Blijf niet zitten met vragen omtrent voeding, bel een lactatiekundige.

Pijnbestrijding rondom de ingreep/paracetamol

Voorafgaand aan de ingreep zal de arts de tong dan wel lipband lokaal verdoven met oppervlakte verdoving op een wattenstaafje.
Algehele anesthesie of infiltratie a
nesthesie weegt qua voordelen niet op tegen de nadelen bij baby’s en jonge en kinderen.

Voorafgaand aan de ingreep of nadien mag een paracetamol zetpil worden gegeven.  Ook voorafgaand aan de nazorg oefeningen is dit een mogelijkheid.
Paracetamol is een relatief onschuldig medicament wat een koortsverlagende en pijnstillende werking heeft. U kunt dit op basis van leeftijd en gewicht geven.

Volgens de meeste bijsluiters dient het gebruik van paracetamol onder de drie maanden in overleg met een arts gegeven te worden. Het is echter geïndiceerd bij pijn, acuut en postoperatief. (bron www. Kinderformularium.nl)

Rectaal (zetpil) is het meest gebruiksvriendelijk. Je kunt de zetpil inbrengen door de punt tot 1 cm voorbij de anus te schuiven. Soms is het handig om de billen van uw kind een paar seconden tegen elkaar te houden zodat de zetpil er niet uitgedrukt wordt.

U kunt paracetamol bij de apotheek aanschaven en sommige drogisterijen. Omdat paracetamol ook geven kan worden ter verlaging van koorts wordt verkoop voor kinderen onder de 3 maanden met deze indicatie ontraden. Bij een lichaamstemperatuur van 38 graden of hoger onder de drie maanden moet u altijd een arts waarschuwen.  De paracetamol wordt dus uitsluitend gegeven ter bestrijding van pijn en ongemak.

Onder de drie maanden; driemaal daags 60 mg rectaal
Van drie tot 12 maanden; driemaal daags 120 mg rectaal
Vanaf 1 jaar of vanaf 10 kilo; driemaal daags 240 mg rectaal

Wat te doen als het wondje thuis nabloedt

In zeer zeldzame gevallen is er een stollingsstoornis of anatomische variatie die direct tijdens de behandeling op gemerkt wordt en behandeld. 

Men gaat na de behandeling niet eerder naar huis voordat het wondje gecontroleerd is. Bij een baby is het in principe niet te verwachten dat het wondje nog gaat na bloeden. Bij volwassenen en oudere kinderen kan dit een enkele keer zijn na de uitwerking van de verdoving (waarin ook de vaatvernauwende ingrediënten werkzaam zijn).

Het kan wel zijn dat er wat littekenweefsel loskomt. Littekenweefsel is goed doorbloed en kan wat bloeden. Het geeft niet als dit loskomt. Je wil namelijk ook weer niet te veel littekenvorming, dit zou de tongmobiliteit weer kunnen beperken.

Een eventueel stolsel of bloed zachtjes eerst verwijderen met een gaasje voordat er je iets op doet van onderstaande. Een baby wat recht op houden en dat hij of zij het niet te warm heeft.

Droog gaas erop drukken 3 minuten zonder los te laten. Als de wond niet droog is nog eens 5 minuten.
Eventueel op het gaas: Sterke thee is bloedvat vernauwend en ook xylometazoline (gewone neusspray).

Niét spoelen met water. Een baby mag erna gelijk weer melk. 

Als het niet droog wordt gelieve het mobiele nummer te bellen van de lactatiekundige van de Tongriem Kliniek, (nummer op het meegegeven kaartje). U moet dan na overleg met de behandelaar (1weg) weer terugkomen naar de kliniek. In uitzonderlijke gevallen is hechten noodzakelijk.

Bij behandelingen op een andere plek dan de Tongriem Kliniek gelden de afspraken met die betreffende arts.

Tijdelijke klachten na de behandeling

Pijn en ongemak, zie deze FAQ.

Tijdelijk meer spugen doordat de baby effectiever drinkt, kan de maag misschien nog niet zo snel verwerken. Er kan na de behandeling een beetje ingeslikt bloed bij zitten. Dat kan geen kwaad. Ook in de luier een beetje groen/zwart gestold bloed.

Meer speekselvloed.

Tijdelijk ruiken of stinken uit de mond. Dit omdat de tongriem en lipband weg “gebrand” zijn.

Tijdelijk minder goed aanleggen, pijn met aanleggen, weigeren van borst of fles, kijk ook naar de FAQ over verhelpen van compensatie gedrag.

Zuigblaren kunnen nog wel even blijven, je kindje is gewend op een compenserende manier te drinken en het kan even tijd nemen voordat het verdwenen is en het geen kwaad.

Erg mopperig zijn de eerste 24-48 uur. Lees ook de veelgestelde vraag daarover.

Koorts; bij koorts is de lichaamstemperatuur 38 graden of hoger. Het is erg onwaarschijnlijk dat dit ten gevolge van de behandeling is. Belangrijk is dat uw kindje niet suf is en goed blijft drinken. Geef bij melk weigeren uit fles of borst evt met een spuitje.  

Bij Kinderen onder de 3 maanden met koorts moet u uw huisarts waarschuwen. 

Wat is het verschil met klieven tussen een schaar, een laser en elektrotoom

Een laser in de tandheelkunde is een instrument dat (elektromagnetische) straling uitzendt. Na absorptie in weefsels wordt het effect van deze straling merkbaar en werkzaam. De klinische keuze voor een lasertype is afhankelijk van het doel dat men wil bereiken. Om bijvoorbeeld bloedingen te stoppen worden coagulatielasers gebruikt. Geheel anders werken lasers zijn waterlasers, die via het aanstralen van water, behandeltechnieken mogelijk maken. Lasers geven een gecontroleerde diepte van de snede en een regelbare mate van bloeding.
Een elektrotoom is een chirurgisch instrument om elektrochirurgie mee uit te voeren. (Zie veelgestelde vraag: wat is een elektrotoom?)
Lasertherapie laat geen significant verschil zien ten opzichte van elektrochirurgie voor de behandeling van soft tissue management in de tandheelkunde met betrekking tot weefselschade, wondgenezing, napijn, bloeding en weefseldoorgankelijkheid.

Een schaar wordt door veel behandelaars gebruikt. Het is een snijdend instrument en haalt het weefsel niet weg. Het maakt het los. Ook vindt er geen coagulatie plaats met een schaar.

De keuze is dus aan de behandelaar voor het gebruik van een chirurgisch instrument.

Waar kan ik na de behandeling met vragen terecht?

Je ontvangt het mobiele nummer van de lactatiekundige die aanwezig was bij de behandeling, deze mag gebeld worden, ze kan contact opnemen met dr. Kirsten Slagter of dr. Suzanne Wink in geval van vragen in relatie tot de behandeling zoals:

  • Dag en nacht i.v.m. bloeden uit de wond die niet gestopt kan worden door druk op de wond te geven
  • Bij vragen rondom het wondbeeld en de genezing door een video of foto van de wond te sturen via Whatsapp of Messenger aan hetzelfde mobiele nummer of info@tongriem.com
  • Andere zorgen en vragen die te maken hebben met de behandeling

Vragen omtrent (borst)voeding contacteer je lactatiekundige of pre-logopedist in je woonplaats.

Ook is er onze support groep op Facebook die vragen kunnen beantwoorden.

Bij zorgen over de algemene gezondheid van je kind, neem dan ook altijd contact op met uw arts.

Wat neem ik mee voor de baby bij een behandeling in de Tongriem Kliniek?

Bij borstvoeding niet vergeten om bij gebruik van een eventuele tepelhoed deze mee te nemen. Liefst zo mogelijk ook wat afgekolfde melk in een flesje.

Bij gebruik van fles of kunstvoeding deze graag meenemen.

De voeding is meer ter troost en om een eventuele vreemde smaak weg te halen, dan dat er echt een voeding nodig is. Soms wil de baby niet direct drinken, vanwege de het onwennige gevoel.

Kom indien mogelijk met 2 personen. Kijk of partner, familie of vrienden mee kunnen komen. Andere kinderen die meekomen kunnen afleidend zijn (niet voor de arts maar voor de ouders).

Als de gegevens nog niet volledig bekend zijn dan graag een BSN nummer of verzekeringspas van de baby meenemen naar de praktijk.

Hoe verloopt een afspraak op de Tongriem Kliniek?

De tandarts of arts bekijkt tijdens het consult of er sprake is van een strakke tongriem en/of lipband en of de problematiek hieraan gerelateerd zou kunnen zijn. Er wordt uitgelegd wat dit inhoudt en een advies gegeven over een eventuele behandeling. Een behandeling kan binnen dezelfde afspraak plaats vinden indien gewenst. Indien een behandeling plaats zal vinden, wordt eerst de gezondheidsanamnese en het intakeformulier besproken. Afhankelijk van de leeftijd wordt er oppervlakkig verdoving aangebracht met een wattenstaafje of lokale anesthesie met een prik, alvorens de behandeling plaatsvindt. Voor de behandeling vindt eerst instructie plaats van nazorg en oefeningen. Na de behandeling bij baby’s helpt de lactatiekundige IBCLC met voeden en weer goed op weg naar huis te komen nadat het wondbeeld gecheckt is. Er is weinig tijd voor een uitgebreid lactatiekundig consult, vanwege de focus op het consult en eventuele behandeling.

Er is al een keer eerder behandelt, kan het zijn dat het nog een keer moet?

Voor baby’s, kinderen en volwassenen geldt dat door de snelle wondgenezing van de slijmvliezen in het mondgebied, het kan zijn dat herbehandeling nodig is.

Het kan ook mogelijk zijn dat de vorige behandelaar niet genoeg van de tongriem en/of de lipband heeft verwijderd. Ook door geen of niet voldoende nazorg kan het zijn dat er toch enige mate van teruggroei is opgetreden.

Let op: een wond wil altijd genezen. Het gaat erom dat de nieuwe tongriem of lipband weer niet “strak” is genezen.

Wat te doen bij een nabloeding?

 

Aan elke chirurgische ingreep zijn risico’s verbonden en kunnen er complicaties optreden. De mond is een goed doorbloed gebied waardoor een nabloeding kan optreden.

Ten tijde van een nabloeding moet eerst worden nagegaan of er sprake is van een mogelijke stollingsstoornis of een tekort aan vitamine K gebruik.

Is dit niet het geval moet de diepte en de grootte van het wondbeeld worden beoordeeld. Dit kan uitsluitend worden beoordeeld door de behandelaar. De mate van de nabloeding kan niet objectief worden gemeten. Er moet eerst worden getracht de bloeding te stoppen door middel van compressie van (steriele) gazen. Indien deze niet voorhanden zijn, kan ook een doek genomen worden. Belangrijk is de compressie aaneengesloten te houden voor ongeveer 10-15 minuten. Mochten de gazen of doek rood blijven aankleuren, moet het wondbeeld opnieuw worden beoordeeld. Afhankelijk van de mate van bloeding kan nogmaals worden gekozen voor compressie of de wond te hechten.

Bij baby’s en kinderen is het advies niet te hechten, maar eerst de wond stelpen door compressie. Dit in verband met de oppervlakte verdoving en de hinder van hechtingen in het mondgebied. Mocht er toch gehecht moeten worden, is het van belang om voor oplosbare hechtingen te kiezen. Tijdens het hechten mag er niet “te strak” of teveel spanning op de wond komen te staan. Dit in verband met mogelijke functiebeperking wat niet wenselijk is.

Nacontrole door een kinderarts bij baby’s of kinderen is wenselijk. Dit om het beeld van eventuele andere lichaamswaarden te checken. Volwassenen worden ook geadviseerd om desgewenst een arts te raadplegen.

Nacontrole van de wond moet worden uitgevoerd door de behandelaar.

Voor behandelaars zijn de volgende stappen van belang indien er een complicatie na of ten tijde van een behandeling plaatsvindt:

  1. Analyseer wat er is gebeurd, wanneer en wat de gevolgen zijn voor de patiënt.
  2. Stel (direct betrokken) collega’s op de hoogte van de complicatie.
  3. Overleg met collega’s wie eventueel de behandelrelatie overneemt (indien wens patiënt).

 

Zijn er risico’s aan de behandeling en kunnen er complicaties optreden?

Aan elke chirurgische ingreep zijn risico’s verbonden en kunnen er complicaties optreden. De complicatie die kan optreden is een nabloeding.

Als er een nabloeding optreedt na de behandeling of ten tijde van de behandeling contacteer direct uw behandelaar.

Ga na of een stollingsstoornis een oorzaak kan zijn. Totdat de nabloeding verholpen wordt door uw behandelaar,  probeer deze te stelpen met gazen of een doek door goed op de wond te drukken gedurende enkele minuten. Voor een uitgebreider advies protocol zie FAQ: Wat te doen bij een nabloeding?

 

Is er verdoving of volledige narcose nodig?

Afhankelijk van de leeftijd wordt er gekozen voor oppervlakte verdoving of infiltratieverdoving. Oppervlakte verdoving wordt aangebracht door middel van een wattenstaafje en infiltratie anesthesie wordt daadwerkelijk door middel van een naald in de weefsels gebracht en duurt ongeveer 3 uur voordat het uitgewerkt is.

Volledige narcose is desgewenst de keuze van de behandelaar. Er zijn echter publicaties in de wetenschap die narcose bij jonge kinderen afraden.

Zie publicatie Anaesthetic considerations for surgery in newborns: www.tongriem.com/wp-content/uploads/2019/02/narcosevoorbaby.pdf) )

Wat is een elektrotoom?

Een elektrotoom is een chirurgisch instrument om elektrochirurgie mee uit te voeren. Het apparaat bestaat uit twee elektrodes en een patiëntplaat. Door tussen de twee elektrodes een hoog voltage te laten lopen, kan dit als een chirurgisch mes worden gebruikt.

Er zijn twee standen mogelijk: een snijdende stand en een coagulerende stand. De snijdende stand maakt de aanhechting van het weefsel los. Op de coagulerende stand wordt de wond meteen ‘dicht gebrand’. Door coagulatie van weefsel worden bloedvaten gesloten, de bloeding komt tot stilstand. Dit leidt tot betere wondgenezing en daardoor minder kans op infectie.

De voordelen van elektrochirurgie zijn:

    • incisie zonder mechanische kracht;
    • hemostase tijdens snijden;
    • reductie van bloedverlies en infecties (ten opzichte van knippen/snijden).

Hoeveel moet er worden verwijderd van een tongriem?

Er is veel discussie over de benaming en behandeling van de types tongriem, en of er bewijs is dat een behandeling wel effectief is en hoeveel je moet weghalen van de tongriem en lipband.

Veel onderzoeken uit het verleden keken ook alleen naar de “duidelijke” tongriem die zichtbaar was met een vlies tot aan de tip van de tong. Maar uit recentere onderzoeken van O’Callahan (2013) and Pranksy (2015) blijkt dat er wel degelijk een posterior deel is, achter het mondslijmvlies wat ook behandelt moet worden om de (borst)voedingsproblemen het hoofd te bieden. Soms is er geen duidelijk vlies zichtbaar onder de tong, terwijl een verborgen gelegen tongriem de problemen met voeden veroorzaakt.

Soms wordt alleen het vliesje aan de tip geknipt en het (verborgen) gedeelte achter het mondslijmvlies niet mee behandelt. Een Amerikaanse KNO arts omschrijft het alsof  op een zeilschip het zijl omlaag wordt gehaald, maar men de mast laat staan. Zie de blog van KNO-arts Ghaheri.

Hoe ziet de wond eruit na de behandeling?

Slijmvliezen genezen anders dan de huid. Op de huid hersteld een wond zich als een bruine korst. Slijmvliezen genezen wit gelig met een rode rand eromheen. Verwijder deze wit-gelige korst niet bewust. Over het algemeen geneest de wond binnen 2 weken (zie foto).

Ontstoken wonden zien we uiterst zelden. Bij een ontstoken wond, is het wondbeeld meer rood en gezwollen.

Bij twijfel contact altijd uw behandelaar.

Wat kost een consult of behandeling?

Kinderen tot 18 jaar zijn verzekerd voor tandartszorg. De geldende tandartstarieven die worden gerekend zijn bepaald door de Nederlandse Zorgautoriteit, Tarieven 2019

Een consult of behandeling wordt rechtstreeks gedeclareerd bij de zorgverzekeraar. Er hoeft niet vooruit te worden betaald, alleen als u geen Nederlandse zorgverzekering heeft.

Voor de kosten van een consult of behandeling van andere behandelaars dan tandartsen, moet u zich wenden tot de desbetreffende behandelaar.